Het Knunnekes clublied – 1987

Tekst: Annemarie Broshuis

Muziek: Jan Roerdink

Veel plaatsen waar carnaval wordt gevierd, hebben een eigen lied waarin een lofzang wordt gehouden op de eigen plaats en wordt bij voorkeur in het plaatselijke dialect gezongen. Het gaat vaak over de cultuur tijdens de carnavalsdagen en de tradities die daarmee gepaard gaan en wordt ook gekenmerkt door enig chauvinisme. Zo ook het clublied van de Knunnekes dat geschreven is om te laten zien wat in Groenlo het carnaval inhoudt en nodigt uit om tijdens de carnavalsdagen een bezoek te brengen aan Groenlo om de Grolse carnavalsviering aan den lijve te ondervinden. De Knunnekes hebben sinds de oprichting in 1963 jaarlijks een eigen carnavalsschlager, geschreven en van muziek voorzien door inwoners van Groenlo. In 1987 werd een clublied geschreven dat elk jaar tijdens diverse activiteiten van de Knunnekes wordt gezongen.

Knunnekes Clublied

Waor davert langs gracht en wal
’t hoempa van de Knolle
Daor slöt ’t hart van ’t carnaval
Bi’j de Knunnekes oet Grolle!

Wee kent d’r neet de Knunnekes al oet de vestingstad
rood en blauw en greun en ook nog wit en zwart
Al meer dan vijftig jaren zorgt zee hier veur völ vertier
Dus vier met ons ’t carnaval in ’t stadje van plezier

Refrein

Wee kent d’r neet ’t hofkoor dat zungk heel mooi en hard
de dansmarietjes en de Knolle spölt de zalen plat
de mooiste prinsen hangt hier bi’j ’t City an de wand
wi’j bunt het grootste karrenvolk van heel Oost Nederland

Refrein

 

Terug naar het overzicht